Naar inhoud springen

Geluksmakers

Nudge

Overig

ebbie & ivy, charlotte Tonino-2

Met deze kinderen in aanraking komen, is een groot pluspunt in mijn leven geweest

Lustrummagazine: portret van Kitty van Ulden, fysiotherapeut

‘Wat mis ik mijn baby’, dacht ik toen ik na mijn zwangerschapsverlof weer veertig uur begon als fysiotherapeut bij Heliomare. ‘Ik wil een baan met minder uren en dichter bij huis’. Dus nam ik ontslag en werkte de jaren daarna parttime in de reguliere fysiotherapie. Totdat mijn toenmalig werkgever, de Jeugdgezondheidszorg, ging bezuinigen en ik werd geplaatst bij de Regenboog. Hier was wel plek. Hoewel ik nog geen idee had of ik wel terug wilde naar de revalidatie, startte ik met drie uur per week. Al snel was dat niet meer genoeg omdat de school zo groeide. Toch weer een fulltime functie, maar het was goed!

 In de friteuse
Want ik werkte met te gekke collega’s en ontwapende kinderen. Ik heb zoveel gelachen. Ik hoor nog twee leerlingen in de fysioruimte op de mat tegen elkaar zeggen:
‘Weet je nog, toen ik in de friteuse lag?’
‘Nee’, zei die andere, ‘de couveuse’.
We waren een allegaartje aan disciplines maar werkten als één eenheid met één doel: het beste voor de kinderen. Zo anders dan bij het ziekenhuis en het verpleeghuis waar ik had gewerkt. Hier deden leerkrachten niet moeilijk als ik een leerling wat eerder of vaker uit de groep kwam halen. Terwijl het voor hen best lastig en onrustig was.

Tweede thuis
Het voelde als een tweede thuis en ik kon niet anders dan heel veel van de kinderen houden. Ik genoot ervan ze los te laten in de gangen van school, met een step, fiets of voetbal. Gewoon het rondje rond en ik rende mee. Ook een goede workout voor mij!
Maar stiekem voelde ik de meeste binding met de ernstig gehandicapte kinderen, die veel behandeling nodig hadden. Omdat ze letterlijk in mijn armen lagen en ik daarmee iets heel moois wilde doen. Soms lukte het, soms ook niet. Dan waren ze te gehandicapt. Maar elke keer gaf ik behalve therapie ook een stukje van mezelf: een luisterend oor, een grapje, mijn enthousiasme…

Gekkigheid en serieuze praat
Zo kon ik het niet laten om Merle, zwaar meervoudig gehandicapt, te laten gieren van het lachen. Een vreselijk leuk grietje om te zien, alleen zag ze zelf bijna niets. Vier keer per week maakte ik haar spieren en gewrichten los bij mij op de behandeltafel. Vaak zong ik een zelfverzonnen liedje voor haar maar soms legde ik een sok op mijn hoofd en vroeg met een gek stemmetje: ‘Waar heb je mijn sok gelaten?’ Merle kan haar armen niet bewegen en toch genoot ze van het idee dat ze mijn sok had kwijtgemaakt. We waren zo aan elkaar gehecht dat haar vader op een gegeven moment mijn stem heeft opgenomen zodat Merle me ook thuis kon horen kletsen.

Het was niet alleen gekkigheid tijdens de behandeling. Ik vond het vooral belangrijk dat de kinderen de therapie als prettig ervoeren. Als ze er zelf over begonnen, werden ook serieuze onderwerpen besproken: de dood, gehandicapt zijn. Veel kinderen dachten dat er in elk gezin wel een gehandicapte was, dus ze waren benieuwd wie dat bij mij was. De Regenboog was hun referentiekader dus zo gek was die gedachte niet. Of ze vroegen wanneer het bij mij was gestopt. Vanuit de veronderstelling dat iedereen vroeger gehandicapt was geweest en dat het overging als je ouder werd. Bijzondere gedachtes die me leerden om dingen vanuit hun perspectief te zien. Opmerkingen die ik altijd met me mee zal dragen. Want hoe zou je deze kunnen vergeten?
‘Kitty, ik ben nu al zenuwachtig dat ik later naar de hemel ga’.
‘Waarom dan?’
‘Omdat ik daar kan lopen en ik niet weet hoe dat moet’.

Bewondering
Ik heb veel bewondering voor de kinderen waarmee ik heb gewerkt. Als ik schoenen heb die niet lekker zitten, dan piep ik. Maar ik hoorde geen kick van mijn kanjers als ze orthopedische schoenen moesten dragen. Kees Noppe maakt de meest fantastische spalken en in samenwerking met de revalidatieartsen van VU Medisch Centrum worden ze steeds beter. Maar toch blijven ze drukplekken geven. Geloof maar dat dat pijn doet.

Met deze bijzondere kinderen in aanraking komen, is een groot pluspunt in mijn leven geweest. Ik heb van ze geleerd dat je tevreden moet zijn met wat je hebt. Mijn eigen kinderen heb ik uitgelegd hoe blij ze moeten zijn dat ze gewoon kunnen bewegen. Ik zie nog dat meisje van zes voor het eerst op eigen kracht lopen. Haar verwondering en blijheid. ‘Het lijkt wel of de zwaartekracht geen invloed meer heeft op mij’, zei ze stralend. En ik dacht: jij liep dan niet zo snel maar jij hebt hersens, en niet zo’n beetje. Uiteindelijk heeft ze in een keer het gymnasium gehaald op het regulier voorgezet onderwijs.

Fantastisch!
Fysiotherapeut zijn op een mytylschool is soms moeilijk. Ik heb negen kinderen naar hun grafje moeten brengen. Een naar onderdeel van mijn vak, helemaal als je er zoveel tijd mee hebt doorgebracht. Toen ik met de VUT ging om meer tijd te hebben voor mijn zieke moeder en mijn eerste kleinkind, mistte ik de kinderen. Maar ergens was het voor mij wel een opluchting dat dat nare stuk was afgerond. Want met zo’n verlies kun je niet omgaan, het overkomt je. Je eigen verdriet, het verdriet van de ouders. Het hakt erin en je doet of het allemaal maar gewoon is. Maar dat is het natuurlijk niet.

En toch als ik terugkijk naar mijn tijd op de Regenboog, kan ik alleen maar vol overtuiging zeggen: ‘Het was FANTASTISCH’. Ik begon er met lage verwachtingen maar wat voelde deze baan goed en heeft het veel toegevoegd aan mijn leven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Reactie

Het gebruik van simpele HTML is toegestaan. Je emailadres zal niet gepubliceerd worden.

Abonneer je op deze opmerkingenfeed via RSS